Spastische darm

Het prikkelbare darmsyndroom

Medicamenteuze therapie geeft bij het prikkelbaar-darmsyndroom vaak weinig resultaten. Geruststelling van de patiënt is een belangrijke maatregel. Vanwege een groot placebo-effect moet het resultaat van medicamenteuze therapie bij het prikkelbaar-darmsyndroom met de nodige reserve worden bekeken.

Indicaties

Een aandoening die vaak met hinderlijke, pijnlijke spasmen van de darmen gepaard gaat is het zogenaamde prikkelbaar-darmsyndroom of “irritable bowel syndrome” (IBS; andere benamingen zijn o.a. spastisch colon, irritabel colon.) Het prikkelbaar-darmsyndroom is de meest voorkomende aandoening van het maag-darmkanaal. Het komt vooral voor bij personen van tussen de 15 en 65 jaar,  15 tot 20% van de vrouwen en 5 tot 20% van de mannen. Het prikkelbare darmsyndroom is een moeilijk de definiëren ziektebeeld waarvoor nog steeds goed inzicht in het ontstaansmechanisme, diagnostiek en therapie ontbreekt. Vandaar dat ook nogal eens wordt gesproken van functionele of onverklaarde buikklachten. De Pathofysiologie van het prikkelbaar-darmsyndroom is waarschijnlijk multifictorieel. Er zijn diverse hypothesen opgesteld, waaronder een veranderde, niet goed gecoördineerde motiliteit van de darm, een verhoogde viscerale sensorische gevoeligheid, een licht inflammatie proces en psychologische stress. Met het oog op deze mogelijk betrokken mechanismen worden nu nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld.

De bij het prikkelbaar-darmsyndroom op de voorgrond staande symptomen zijn recidiverende buikpijn, wisselend defecatiepatroon, opgezette buik en flatulentie. Nogal eens is er verlichting van klachten na defecatie of flatulentie. De opgezette buik wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat de gassen in de darm als het ware gevangen worden gehouden in, door spasmen afgesnoerde darmsegmenten (air-trapping). Indien de druk in zo’n segment hoog oploopt kan hierdoor pijn optreden. Bij palpatie wordt een druk-pijnlijke colon gevonden. In ongeveer een derde van de gevallen is tevens sprake van niet darmgebonden klachten zoals misselijkheid dyspepsie (met name na de maaltijd), moeheid en dysurie.

Bijwerkingen

De bijwerkingen van de oraal toegediende parasympathicolyica komen grotendeels met elkaar overeen. Bij gebruik van een tertiaire verbinding kunnen eerder bijwerkingen van het centrale zenuwstelsel optreden dan bij gebruik van een quaternaire verbinding. In de gebruikelijke doseringen nauwelijks van klinisch gelang gebleken. Veel bijwerkingen zijn een logisch gevolg van de anticholinerge werking: de polsfrequentie kan stijgen, de blaas sphinctertonus kan toenemen, droge mond en accommodatiestoornissen kunnen optreden, terwijl de oogdruk kan stijgen en dit incidenteel een glaucoomaanval kan uitlokken, ook hinderlijke obstipatie is mogelijk. Vooral bij ouderen kunnen ook cognitieve stoornissen optreden. Het bijwerkingenprofiel van de muscolostroop werkende spasmolytica is gunstiger dan dat van de parasympathicolytica.

Behandeling

Het is erg moeilijk een zinvolle (medicamenteuze) therapie bij het prikkelbaar-darmsyndroom in te stellen. Zeer belangrijk is dat de patiënt wordt gerustgesteld, omdat door het vaak langdurige karakter van de klachten angst voor een maligniteit kan ontstaan. Indien obstipatie op de voorgrond staat, wordt vaak een vezelrijk dieet met of zonder bulkvormers aanbevolen in combinatie met voldoende vocht en lichaamsbeweging en zo nodig laxeermiddelen. Er moet echter gewaakt worden voor (te) grote hoeveelheden vezels: door de relatief grote gasontwikkeling in het colon en daarmee de verhoogde distensie van de darm, kunnen de klachten toenemen.

Ook worden nogal een spasmolytica zoals orale parasympathicolytica en vooral musculostroop werkende middelen (mebeverine) voorgeschreven. De resultaten zijn wisselend, waarbij dient te worden opgemerkt dat bij gecontroleerde klinische studies vaak een groot placebo-effect aanwezig is. Voordat men bij het prikkelbaar-darmsyndroom middelen voorschrijft die de spieractiviteit van het colon remmen, dient men doormiddel van een evenwichtig dieet en eventueel bulkvormers te zorgen voor een adequate stoelgang omdat anders een storende obstipatie kan optreden met een vicieuze cirkel als gevolg. De parenterale toediening van parasympathicolytica komt als tweede keus in aanmerking bij de behandeling van koliekpijn.